Rode aarde

Op een dag kleurde de aarde rood. Zijdezachte klaproosblaadjes vielen vederlicht 
op korenvelden. En ergens werd een rozenkwarts kristal teder 
terug in het midden van een veld gelegd. 

De volgende dag brak de aarde open. De impact was enorm. De wilg viel. 
De kraaien. De heksen. De lichten in de huizen. De mensen kwamen samen 
en luisterden naar het land. 
Ze keken naar de kansen. Naar de tranen.
Treurden om wat gevallen was. Vergaven. 
Spraken wensen uit. 

Aardstralen stromen nu terug door modder en gewicht heen. 
Aardlijnen herleggen zich, als mensen in een bed. 
Scheuren herstellen langzaam maar zeker. Kloven, spleten, barsten smelten terug samen. 

Een jaar daarvoor had het veld zich bereid gesteld om naast zwaluwen, fazanten, ooievaars, buizerds, krekels, slakken, paardenbloemen, boterbloemen, dauwdruppels en zonsondergangsvlammen, ook mensen te dragen. 
Ze had toestemming gegeven aan schenkers van de donkerroze, 
maar ook lichte steen: “Goed. Jullie mogen hier komen wonen. 
Samen vormen we een veld dat vele mensen zal dragen”. 

De zon brandde die zomer zo hard. De aarde kleurde vuurrood. De wind waaide. 
De poort van het landgoed bleef openstaan. 
Er vertrokken mensen. Dag lieve geliefden. Anderen kwamen aan. 
Er werden stenen en kristallen verlegd, evenals gemis. Maar waar ik het ook legde, 
het bleef. Het veld bleef dorstig naar haar rozenkwartsstralen.
Wist je bovendien dat de kleur van de kwarts kan verbleken? 
- zelfs het veld verbleekte bij je vertrek - 
De klaproos wanneer je ze plukt, meteen verwelkt?
Aardse glorie kent vergankelijkheid. 
 – zelfs wanneer iets vergane glorie is, kan je nog een glimp zien 
van hoe mooi het is geweest – 
Aardse glorie kent ook troost. 
Want voor de eindigheid, is er de gloed geweest. Opkomend, ondergaand 
en alle tussentijd. 
Die had niemand willen missen, geloof me. Je voelt het gebeuren, de beweging. 
Je laat al los terwijl je het nog vast hebt, maar eerlijker is dit: 
je hebt niets vast. 
Het stroomt door je heen.  

En daarvoor, nog lang voor het gemis en nog voor de glorie, 
is er het verlangen geweest, het geduld. 
Klaprooszaden behouden hun kiemkracht namelijk erg lang onder de grond. 
Komen soms pas na jaren boven. Om ergens de grond te herstellen, 
net als een kristal. 
Met vier frêle bloedrode kroonbladeren. En met middenin een zwart hart. 
Een zaadbol vol maanzaad. De connectie met het hele universum is onmiskenbaar. 
Een bloem is mooi om naar te kijken, 
maar het is nog mooier om haar nuances te leren kennen: 
Een bepaalde soort papaver heeft geen zwart hart. Ze heeft een maanbol. 
Vol blauwmaanzaad. 

En soms loont het geduld. Kom je terug. Even.
Is er de gloed. Smelten we. Herleggen we ons als mensen.
Ben je weer blij wanneer de bollen van je lievelingsbloem openbloeien, liefste. 
Schoonheid ontluikt. We plukken ze niet. De bloem zou meteen verwelken. 
Nu kunnen we de blaadjes tenminste samen nog zien vallen ... 
Even.. We voelen het opnieuw gebeuren ... We laten weer los ...

Op een dag kleurde de aarde terug rood. Terre Rouge.
Vrije intense frêle bloedrode bloemblaadjes landen. Glorie. Libre Intense. 
Je kan altijd nog een glimp zien van hoe mooi het is geweest. 
Zelfs als ze verwelken, liefste, zelfs als we verwelken. Je stroomt door me heen.
Samen blijven we een veld vormen dat vele mensen zal dragen. 
Na het geduld. 
Na de glorie van de nieuwe cyclus, de nieuwe kans. 
Na de gloed, in al je nuances, die had ik niet willen missen …  
Nu is het tijd voor troost. 

Ik kan altijd een glimp zien van hoe mooi het is geweest. 

https://youtube.com/watch?v=aOThmYGH6sY&feature=share

Silhouetten in de Nijl

Hoe zouden we nu naar elkaar kijken, papa?
En wij, mama?

Bijna vier jaar zonder steunpilaar. En drie jaar dat ik jouw helder blauwe ogen mis.

Jullie vertrokken op een reis.
Als twee druppels water verschillend van elkaar. Zoals de Blauwe en de Witte Nijl. 
Ik hield me lang sterk om het woord verweesd te ontwijken.
Maar het is waar dat het onwezenlijk was. Vlagen van grote vragen en van verdriet. 
Een dokter zei me dat ik een wees ben.
Ik oefen wel nog steeds in thuiskomen … 
Toch weet ik nog niet goed wat ik er van denk.
Werd ik dan iets anders dan jullie kind? 
Jullie zullen in elk geval altijd mijn ouders zijn. 

De keer daarop vroeg een arts waar jullie nu staan ten opzichte van mij.
Ik keek omhoog.
Een keer dacht ik je te zien op de trein, mama. 
Ik voelde een groot verlangen. 
dat voelen was sterker dan alles wat ik weet dat waar is. Over ons.
Over jullie. Al een paar jaar. En dat mijn broer en ik nu verder leven. We verjaren verder binnenkort.
God ja, ik verlangde. Het zou zo lang kunnen duren dat het pijn zou gaan doen.
Daarop volgde dan toch wat waar is. 
Toch. De volgende keer dat iemand vraagt waar jullie staan, zal ik zeggen: 
Naast mij. Ik heb met jullie gesproken. 
Ook al waren jullie er niet. Ook al zag ik twee schaduwen in het maanlicht. 
Ik heb in mijn bed gehuild als ik jullie stemmen nog eens probeerde te horen.
Zo stil was het al lang niet meer geweest. Zo naast elkaar. 

Deze keer vertrek ik op een reis.
Naar Egypte. Ik geloof dat daar heel wat oorsprong te vinden is.
Een lichtzee. Opgewarmd water, opgewarmde sterren. Piramiden 
op het middelpunt van de Aarde. Wij waren al eens. Vruchtbaar. 
De Blauwe Nijl en de Witte Nijl worden één rivier in Soedan.  
Samen vormen zij het water dat in Egypte de Nijloever laat overstromen. 
Het water dat de akkers bevrucht.

Ik zal vanop onze boot in het water kijken. 
Naar wortels van de Blauwe Lotus bloem. 
Zaden van oorsprong, echoes van oersprong. Kiemen van Licht.
Wij waren al eens. 
Misschien zie ik wel twee silhouetten in het schitterende zonlicht. Naast mij. 
Misschien hoor ik jullie stemmen nog een keer. 
Misschien zal het kijken naar elkaar wel vanzelf gaan.

www.waters-rising.com ~ www.facebook.com/watersrisingnow

Zo zei de wind ja

Joyeuze Jill,

het klinkt misschien wat vreemd dat ik gebruik maak van een leenwoord om je te begroeten. Maar ik hou nu eenmaal van een alliteratie en zo klinkt het echt helemaal zoals ik het bedoel. Want toen we elkaar voor het eerst zagen in die Limburgse lenteweide kwam je me met een stralende glimlach tegemoet. Dankjewel. Om me welkom te heten zonder woorden. Om de stilte niet meteen vol te praten.

Als woordmensen elkaar ontmoeten gebeurt er altijd wel iets speciaals. Herken jij dat ook? Verwantschap via verhalen, voel ik dan. Liefhebbers van letteren die even samen in eenzelfde bubbel mogen kwetteren. Ik juich altijd als ik met een schrijver mag praten. Omdat ik ervaar: onze ideeënstromen, onze heftige belevenissen, onze favoriete auteurs, onze eenzame uren, onze tureluurs makende twijfels gaan tegen elkaar kletsen en dan volgt er iets moois. Dit keer was het iets moois en tegelijk iets uniek: jouw schrijfplek. Daar raakten we niet over uitgepraat. Daarom deze brief als verlengstuk van een te kort gesprek. Ik heb onze ideeënuitwisseling laten bezinken en heb de vrijheid genomen om te kuieren door jouw gedachten. Je hebt het me makkelijk gemaakt met je Zinschrijven (www.zinschrijven.wordpress.com). Ik lees daar:

laat eerst de wind in de lucht
je waardig uitkleden
water zal je helder maken
en vuur verwarmt je innig

trek dan de huid aan die je wilt
meetrillend met het moment
geef je natuur een vorm
waarmee je uitreikt naar het universum

geef jezelf een plek
in een andere huid, een ander huis
in een andere ruimte
tussen de werelden

Ik beken dat ik deze regels al vele malen herlezen heb. Telkens was er ontroering. Heftig hoor, hoe ik mij in jouw gedachten herken. Want ik lees in deze liefdesverklaring dat jouw kleine houten huis jouw schrijven stimuleert. Inspiratie dankzij de locatie, zoiets. Het zet me aan het dromen, Jill. Want ja, ik verlang ook naar zo’n houten harnas dat me beschermt tijdens de kwetsbare uren dat ik alleen ben met woorden en verhalen.

‘Ik moest het eerst aan de natuur vragen of ik daar wel mocht staan’, vloeide heel bescheiden over je lippen. Je staat er nu, dus ga ik ervan uit dat de natuur volmondig ‘ja’ antwoordde. En daarom zou ik graag weten of de natuur ook soms volmondig ‘neen’ zegt? En hoe signaleert ze dat aan jou? Subtiel of stormachtig? En kan het zijn dat de natuur pas na een lange tijd aangeeft dat het hier welletjes was en je best elders een plekje gaat bestrijken? Voel jij dat aankomen? Of is het van ‘Boem! Paukeslag! Maak een einde aan deze bezetting!’ Ik zou zeker weerstand bieden vooraleer ik de wielen van mijn wagen in beweging zet, denk ik. Ik zou mij, eens geworteld, niet meteen mijn morzel grond laten ontfutselen.    

Het zou mij en mijn immer rusteloze ziel helpen, Jill, meer te mogen vernemen over jouw thuisgevoel en over de manier waarop jij jouw plekjes onder de zon uitkiest. (Of kiezen zij jou?) Want ik weet zeker dat je me begrijpt als ik schrijf: het dwalen in verhalen lukt zoveel beter op een vertrouwde plek die altijd weer anders is.

Ik wuif je stralende lach en je antwoord tegemoet,

Johan Van Rooy 

****

Brief terug

Graag gelezen Johan,

geen leenwoord als start, noch een spel met je naam, wel een alliteratie.

Een erkennen van de schrijver in je, achter welke naam of woorden die ook schuilt.

Dankjewel. Om een glimlach in stilte ingebed veelzeggend te vinden. Om mijn zinschrijven te hebben gelezen en je te laten raken.

Het was de wind. Die over het veld liep. Eerst ritselend in het riet van waar ik stond met mijn bottines, uitlopend tot waar ik kon kijken. Als een aangezwollen golf die, eens de rip curl voorbij, niets anders doet dan haar water voorwaarts laten vallen. Zo zei de wind Ja. De roep van de buizerd rondcirkelend in de lucht, bevestigde het antwoord. Gaf me een tweede teken, snel genoeg opdat ik geen glimps aandacht diende te besteden aan de gedachtelijn die mijn innerlijke criticus klaar had, “Bob Dylan mag dan misschien wel answers in the wind horen waaien, maar dat je hier nu echt een teken krijgt Jill is wishful thinking in the wind”. Nu, ik wist dat de criticus dit zou opwerpen. “Luister,” … zou ik geantwoord hebben … “mijn vraag is nog warm. Mijn wens is geuit. #durf te vragen. Het gesprek is begonnen. Niets bestaat dat niet iets anders aanraakt, om je ook met een quote te beantwoorden. En omdat er soms twee antwoorden na mekaar komen, ook nog deze: The Earth has music for those who listen”. Ik wandelde het veld verder op met open handpalmen.

Ik werd niet weggeblazen 😉 en na een tijdje was er een plek waar ik mijn huisje zag staan. Wat zou mijn uitzicht zijn van aan mijn schrijftafeltje? Exact dat wat ik nu voor mij zie wanneer ik mijn ogen van het briefpapier op mijn computer laat afglijden. Alsof ik van waar ik zit iemand recht in de ogen zou kijken. Exact zoals ik toen recht in de lens van je fototoestel keek.

Van ja naar nee. Je vroeg me of de natuur me ook soms neen zegt. Wel, tussen ja en neen zit een spectrum. En op dat spectrum is ruimte voor ontmoeting, gesprek, maar evenzeer voor confrontatie, tests en offers. In en met de natuur leven confronteert me met mijn raakbaarheid en daagt me uit om mijn eigen ja stevig vast te blijven houden, wanneer de natuur ook in en met mij leeft. Enkele illustraties? Het dak van het huisje voor mijn golden retriever Chispa dat wegwaait in de storm. De keren dat mijn huisje wel een boot op een woeste zee lijkt. Het houten harnas kraakt. Het water de yurt binnensijpelt. Correctie: binnenstroomt. De keren dat ik beter tot aan mijn huisje zou kunnen zwemmen dan wandelen. Het opvliegen van de mannetjesfazant die in het gras verscholen zat. Begrijpen dat hij een ander veld uitkiest voor z’n vrouwtje en hun jongen dit jaar nu m’n waakhond Chispa er is. Terwijl we hier vorig jaar samen thuis kwamen in de weide en we nog zeiden ‘volgend jaar weer hé’. Wanneer in de zomer de zon de hele dag op mijn huisje schijnt en de buurman me belt om te vragen of we het nog goed stellen omdat ze van in hun bos zien dat er geen enkele schaduwplek rondom m’n huisje te bespeuren is. Ik vertel hem niet dat mijn huisje ook vol vliegen zit omdat de wei geïnjecteerd is met kak. En wanneer in de winter de vrieskou mijn watertoevoer twee weken toeknijpt. Maar ik herinner me even goed de drie herten die zich rond mijn huisje hadden verzameld op mijn vorige werkplek tijdens een romantisch moment met mijn geliefde − en los van enig bezittelijk voornaamwoord liever − een adembenemende vrouw aan wie ik elke dag ‘ja’ wil zeggen. Liefde trekt liefde aan. Dat was ook een gewijde ja van de natuur en medebewoners van de wei op dat wij-moment. Een vleugje romantiek mag ook wel in deze briefuitwisseling, weet ik uit jouw schrijven over je kwetsbare uren alleen met verhalen en woorden, in jouw ‘mijn immer rusteloze ziel’, in je dwalen in verhalen.

Zo helder als die paar keren een mindblowing ‘Boem! Paukeslag’ Ja, heb ik nog geen neen gekregen. En of ik dat voel aankomen … Ik hoop het.

Ik luister alleszins naar the answer that is blowing in the wind.

Hoe ik deze plekjes onder de zon net vond, of zij mij, schrijf ik je in een volgende brief 😉

Au plaisir de vous lire,

Jill Marchant

♪ “Pen on paper seems so permanent
Every line of every letter that I never sent
In the cold light of all the nights we spent
Pen on paper seems to fit”

♪ Fink – Green and the Blue https://www.youtube.com/watch?v=0ysFMm-95vM

Merci pennenvriend Johan voor je leuke initiatief schrijvers schrijven schrijvers https://johanvanrooy.be/

Tussen de werelden

laat eerst de wind in de lucht
je waardig uitkleden
water zal je helder maken
en vuur verwarmt je innig

trek dan de huid aan die je wilt
meetrillend met het moment
geef je natuur een vorm
waarmee je uitreikt naar het universum

geef jezelf een plek
in een andere huid, een ander huis
in een andere ruimte
tussen de werelden

als dromen, maar dan echt
breng de bovenwereld aan het licht
diep de onderwereld op
in de tussenwereld komen we samen

laat de aarde
je dan even waardig en teder kleden

gidsen zullen je sieren
je wordt uitgekozen
door krachten en boodschappers
op het ritme van een drum

als je het kan dromen, kan je het doen:
schep je verschijningsvorm
volg daarbij de beelden die rijzen
ga ver

kom thuis in een verlangen
laat het vuur innig
het water helder
de wind hoe ze waait

en laat de aarde tussen de werelden
je dan even waardig en teder belichamen

♪ Child of the earth – Nick Barbachano

Veerle Phara – een vuurvrouw die ik erg warm waardeer – schrijft een boek.
met een binnenkomer van een titel: “Wise Playful Woman,
Shape Shifting. Sleutels naar waarachtig en authentiek Vrouw Zijn, naar het herinneren en herintegreren van onze oerkracht en vreugde”. Het is een hele eer om haar boekproces van zo dichtbij te hebben mogen mee beleven. En om er dan ook dit gedicht bij te hebben mogen laten geboren worden. Je kan je exemplaar ‘voorkopen’ door een mailtje te sturen naar veerlephara@templeoftheearth.org .

En verder …

This was fun! 7 bloopers later … een allereerste poëzie🅒🅛🅘🅟🅙🅔! Zo tof om voor deze Dichters in’t raam.coronaproof versie.gelegenheid met klank en beeld en 𝒕𝒖𝒔𝒔𝒆𝒏𝒘𝒆𝒓𝒆𝒍𝒅𝒆𝒏 te experimenteren!
Merci Poëzie Voor het Volk, Frank Aesaert, Stad Gent en mededichters voor jullie poëzieliefde!
Y gracias por todo Annelies, beeldige ziener, voor ’t plezier en de beelden!

Afschaduwen

we zijn gewichtloos in het water
landen in het licht van de maan
op wat als oever voelt
en wat als moeder klinkt
een gebroken val
ouders verzamelend
voorouders volgend
aardlijnen trekkend voor de vrouwen die we reeds in ons dragen

ondergronds gebeurt er al heel veel

we ademen wind in
die van ver komt wie weet
reizen in onszelf met elke ademtocht, met lange adem
langs schaduwkanten die op licht wijzen, afschaduwen
door donkere plekken die bleven plakken, in de eenzame wind slapend
daar leven we dan mee
ja of nee
verbranden in het vuur
voel wat het verbranden met je doet
wat branden met je doet, van verlangen

we willen dichter bij onze ziel groeien
langs manen, door seizoenen
dwars door alle aangemeten, aangenomen rollen heen
houden zij ons vast of wij hen?
hoelang
tot wanneer
eer en dank ze
kijk of ze gaan in de nacht
of de schaduwkanten op licht wijzen
en of bij zonsopgang een nieuwe vraag kan rijzen
tot waar willen onze zielen groeien?
langs manen, aardlijnen en oevers, door seizoenen
we kunnen vanaf de bergtop ons eigen lied zingen
maar we kunnen ook fluisteren in de kern van een cirkel die ons aan wal brengt

wij hebben als vrouwen voorbij de weerstand van verandering te gaan,
we kunnen dat
in elke cyclus tot een nulpunt komend
wat is de essentie geweest
van al je keuzes
tot hier?

rol tot je stilvalt
als jezelf
rol dan opnieuw stil tot je vanzelf begint te bewegen
dan tot je bewogen wordt
door de aansporing van je hartslag

op een dag klinkt dat vertrouwd

toon me wie je bent
toon me wie je ziel is

Long way home – Nessi Gomes

Veerle Phara – een vuurvrouw die ik erg warm waardeer – schrijft een boek.
met een binnenkomer van een titel: “Wise Playful Woman,
Shape Shifting. Sleutels naar waarachtig en authentiek Vrouw Zijn, naar het herinneren en herintegreren van onze oerkracht en vreugde”. Het is een hele eer om haar boekproces van zo dichtbij te hebben mogen mee beleven. En om er dan ook dit gedicht bij te hebben mogen laten geboren worden. Je kan je exemplaar ‘voorkopen’ door een mailtje te sturen naar veerlephara@templeoftheearth.org .

metzonArtboard 1jpg

Wat hier leeft

ik leef zo in onze kus

ik ben in bossen en beken
zie puurheid leven
zij kust mij en ik kus haar terug

ik ben in bossen en beken
nu zou ik kunnen wenen, in mijn hart geraakt door wat hier leeft
zij kust mij en ik kus haar terug
zo mag mijn leven zijn
nu zou ik kunnen wenen
ik ben in mijn hart geraakt door wat hier leeft
voel me deel van alle verbinding, alles verbonden
zo mag mijn leven zijn, ik ben gelukkig

oneindig
ik voel me deel van alle verbinding, alles verbonden
als houden van, diep houden van leven met
oneindig
mijn armen groeien open
als houden van, diep houden van leven met
ik zie puurheid leven en ik zie haar

we zien elkaar graag

mijn armen groeien open

ik leef in onze kus

 

(opnieuw een Pantoum
ik hou van deze open-dichtvorm)
(kus aan jou, Annelies)

                   ♪ Colors of the wind – Pocahontas

Hier mocht ik vertellen over wat hier leeft :)

Vanaf de aarde

Kunnen jullie het intussen, leven?

Ik tast nog steeds in het duister en ik tast nog steeds in het licht.

Ken je dat?

Wat er ook gebeurt, soms geven toevallige ontmoetingen, passanten
par hasard de juiste hint. Ze tonen je de weg niet, maar ze verschijnen
op je weg. Dat ze er zijn, die gelijktijdigheid, treft. Daarmee ga je verder.

Zo was er eens een archeologe.
“Soms zakt de zon in de aarde en wordt net op dat moment
de maan opgegraven”, zei ze. Toen vertrok ze.
Ze kon aan het licht zien dat het tijd was om te gaan.
Ze liet stof achter.

“Er is altijd een trilling tussen je voeten en de aarde”, zei een vrouw
met haar ogen toe. Ze zei het aan een groep ontwakende vrouwen.
“Zoek die trilling, vind ze.” Ik heb haar gevonden, dacht ik, met mijn ogen toe.

Tussen ons trilt ook de energie van de aarde. Als zij beweegt, beweeg ik ook.
Soms wordt een veer verliefd op een steen. Maar tussen ons is het anders. Wij zijn eenzelfde soort lichaam. Hielden meteen van elkaar.
Ze woonde wel in een andere stam. Waar het goed was.
Een soort liefde.
Toch. Op een dag kon ze aan het licht zien dat het misschien tijd was.

Vroeg? Snel? Of het kan wachten? Tot een volgend leven? Een volgend seizoen?
Hoe weten wilde ganzen die nu al terugkeren dat het tijd is?
Hadden ze in het zuiden de lucht uit het noorden geroken? Aan hun veren gevoeld
dat het hier winter en lente is, tegelijk? Terwijl het nog moet gaan sneeuwen,
want anders vinden de verwarde bijen de weg niet meer
naar hun eigen voedselvoorraad. We moeten voldoende nectarbronnen voorzien.
Langzaam wordt het nodige omgezet in honing.

Waar we ondertussen staan? En waarom?
We moeten ergens beginnen.
Ik hield van de volgende ochtenden als tevoren. Ik vertelde haar waarom.
Ik had aan de lucht geroken, proefde vroege lente in een zijdezachte winterprik.
Als zij beweegt, beweeg ik ook.
Maar dan nog kreeg ik haar niet overtuigd om op te staan en niet zo
moe te zijn – de gevoeligheid van de meeste mensen.
De avond heeft een verleden, dat de ochtend zich kan herinneren
of moet doen vergeten. De stam is gebarsten. Er is pijn. Er was een eenheid – nu getekend door een breuklijn. Er waait stof op, zwaar, grijs. Wat valt er?
Wat valt er op te graven? Wat willen alle geliefden?

En nu? Gaat het verder? Waar naartoe?
Hoe verklaren we deze liefde? Aan de hand van de cyclus van de natuur?
“Ik ben altijd blij als ik overdag de maan kan zien”, fluistert iemand
die door een burn-out en verdriet heen straalt. Ik ben ook blij voor haar.
“Vanaf de aarde groeit alles in de lucht”, zegt iemand die een stralend boeket van haar biologische bloemenboerderij voor me schikt.
Ze kent de bodem. Daarom neem ik het van haar aan.
Soms moeten we tien keer op een dag opstaan. Wat er ook valt op te graven,
vanaf de aarde groeit alles in de lucht.

“Waar zijt ge?!”, riep ik vanop de bodem de lucht in. Hoog.
“Ik had dit alles aan jou willen kunnen vertellen, papa. Alsof ik ergens nog
je goedkeurende blik zoek. Ja. Ik wil graag je ogen terugzien. Al van het moment
dat je ze sloot. Zien hoe je kijkt. Van iedereen zag jij mij het vaakst,
vanuit je ooghoeken. Je hebt zolang willen weten wat het beste voor mij was.
Ik wil je tonen dat ik het nu zelf weet. En ik wil dat je me zegt dat dit oké is …
want als ik barsten zie, wil ik ze gewoonlijk lijmen …”
Eigenlijk fluistert hij het antwoord heel de tijd. Niet waar hij is, maar:
“Het is goed je zo te zien. Je vond jouw soort liefde. Je leeft volop. Voor mij
en je moeder erbij. Leef volop.”

Gefluister vraagt ‘luister’. Ik luister. Geruisloos.
Wat is het geluid van een bloem die openkomt?
Beweegt ze zo traag dat wij het niet kunnen horen?
Maakt alles wat beweegt niet een minimaal geluid?
Een klank waarvan wij de frequentie niet kunnen opvangen?

Of we het zeker weten? Ja.
Dat denken we. Zo voelt het toch. Wanneer weet je iets zeker? Als je het weet?
Langzaam wordt het nodige omgezet in honing. We wachten.
We weten niet altijd waarop, maar we wachten. Beter gezegd: we nemen tijd.
Maken minimaal geluid. En toch breken er harten, zo traag dat wij
het niet kunnen horen, maar er wel altijd ergens een klank van opvangen.
Wat willen geliefden?
Dezelfde weg die omhoog gaat, gaat ook omlaag. Het begin van een cirkel
is ook het einde. Is eveneens een begin. Laat het gebeuren.
Alles komt in seizoenen. Ook de spullen verdelen. Die zwijgzame
oorverdovende bewegingen. Niet willen. Niet weten.
Tranen van een mooie man. Van een oogverlichtende vrouw.
Tranen van gouden kinderen.
Van aan de zijlijn barsten zien. Willen lijmen. Maar niets doen. Durven kijken.
En blijven staan.

Of we samen? Voldoende aarden?
Voor de buitenwereld lijken we rondtrekkende indianen.
Elk vertrokken uit onze eigen clan, trekken we afzonderlijk op pad.
Naar andere dorpen en nergenshuizen. Met een boodschap. Over een soort liefde.
We willen weten of dit mag zijn. Verzamelen pijlen, perspectieven en windrichtingen. Herbekijken dan ons eigen kompas.
We komen er toe, in ergenshuizen. Met aarde aan onze trillende voeten.
En zij maar zeggen: “Kom je iets vertellen? Hé? Kom je iets vertellen, zal ik
eens iets zeggen. Bij mij ging het zo: Pijn, spijt, tijd, slijt.
Dus denk er goed over na, weet wat je doet.” In plaats van dat ze luisteren.
In plaats van dat ze luisteren naar onze boodschap. Ons gefluister.
Naar de bloemen die openkomen.

Of we nog altijd? Telkens weer? Genoeg ademen?
“Adem in zoals je aan een bloem zou ruiken. Diep, vol. Vertrouw je zintuigen”,
klinkt een juiste hint van iemand op de weg. I bless my believers. Ik neem adem.
Ik krijg wat ik wil nemen. Leef volop. Tussen ons trilt de energie van de aarde,
een soort liefde.

Ik heb voor jou gekozen,
geliefkozen,
geliefde.
Wat jij ook kiest. Hoe je ook beweegt. In welke vorm dan ook.
Hoe dat dan ook klinkt. In mij het geluid van een bloem die openkomt.
Als zij beweegt, beweeg ik ook, beweeg jij, mij ook.

Ook in het donker. Soms zakt de zon in de aarde.
En ook al wordt op dat moment de maan opgegraven, soms duurt de tussentijd.
Dat schemerige niemandsland.

En toch. Heel eerlijk.
Tast ik steeds meer in het licht.
Vanaf de aarde groeit alles in de lucht. In welke vorm dan ook.
Vanaf de aarde groeit alles naar het licht.

✿ The secret life of flowers

♪ Into the earth – Nessi Gomes

♪ Twilight – Elliot Smith cover, Mikaela Davis

 

 

Oceanide

ik zie mijn ouders hun ouders in de wind
ik lig in de zee
zie vissen en vuurwerk
ik zeg hen dat we samen op restaurant gaan straks

ik lig in de witte zee
wil naar het droge, deze golf beweegt me nu teveel

ik zeg hen dat we samen op restaurant gaan
ik heb al honger en dronk zonet zeewater
ik wil naar het droge
deze golven bewegen me nu teveel

aanspoelen lijkt me aardig, ik gooi mijzelf op het strand
heb al honger en dronk zonet zeewater
het is een ervaring, ik drink toch liever water van de bron
aanspoelen lijkt me aardig
ik gooi mijzelf op het strand
het voelt als een vis in het water, op de aarde te zijn nu jullie er ook zijn
het is een ervaring, ik drink toch liever bronwater

hef dus de karaf waarmee ik jullie glazen zal vullen en ik zing
over vissen en vuurwerk
het voelt als een vis in het water op aarde te zijn nu jullie er ook zijn
ik zie vissen en vuurwerk
en hef dus de karaf waarmee ik jullie glazen zal vullen
en ik zing over vissen en vuurwerk
ik zie mijn ouders hun ouders in de wind

♪ Saturn – Sleeping at last

♪ Heaven I know – Gordi

*naar de ‘pantoum‘ waartoe we uitgenodigd werden door Suzanne (vrouwvanzoveel) op het Schaduw-weekend met de bijzondere cirkel die de 3B groep is * dank * IVtherapie – Educatieve Academie.

Randzee

hoe dieper we de zee ingaan

hoe minder kleren

hoe meer we op de rand van
enkel het nodige
in elkaars handpalm
weke levenslijnen lezen
blootvoets onze bloeddoorstroom verbeteren
genoeg hebben aan

water

wind

zonlicht

onze aarde

hoe meer we werkelijk
van de wereld zijn

in zee

♪ The Sea – Haevn

♪ Earth Prayer – Snatam Kaur

Van hieruit bij je

heb je daar woorden voor?

wat zou je stilte zeggen, als ze jouw stem had?

je mag kiezen
wat je vertelt

wat zou er gebeuren
als we datgene wat je gemist hebt hier voor jou zouden plaatsen
heb je daar woorden voor?

ja.

ze zijn:
ik wil je kennen
maar je bent al gestorven
een jaar geleden
zag ik je slapen
voor de eerste keer in mijn leven geloof ik
zag ik jou slapen
zou ik over jou waken
uren zat ik bij je, tekende bloemen
de berken buiten kregen gele bladeren
goud, zei je
toen je wakker werd
zijn er nog duizend mooie dingen gebeurd

we hebben tranen gekregen
we hebben er niet altijd
maar we hebben er wel gekregen
ik stak een kaars aan
de kaars die ik op je kamer wilde laten branden telkens ik bij je was
zo kon je zien dat we bij elkaar waren geweest
de verpleegster zei voor de veiligheid geen vuur, de rest ben ik vergeten
ik nam ze mee naar huis en schreef jou: ze brandt, ik ben van hieruit bij je
je schreef terug dat dat goed was

telkens ik de kaars uitblies
zag ik de mooiste dans
de vrij vloeiende vormen van de rook, bewegingen die onze ziel
ons lijf wenst in dit leven

gouden bladeren vielen van de bomen
jij was onderweg, wij waren bij je
het was de tweede keer dat ik je zag slapen
en je bleef slapen – zag ik de mooiste dans
je laatste adem hangt hier nog ergens in de lucht
je bent al gestorven
maar ik wil je kennen, mama

dat kan
het volle leven, mocht ik leren, is intens, met inbegrip van de dood
immens
ons hart kan veel
en ik moet niet alles doen wat mijn hart kan
maar ik ga doen wat mijn hart zegt
het zou goed kunnen zijn
er zullen nog duizend mooie dingen gebeuren

het zou goed kunnen zijn
goud, zei je

♪ Kiasmos – Held

70326544_939147966435156_2685030892795068416_n

Wachten op de wens

Il était une fois mais pas deux …

est-ce que je peux m’asseoir à côté de vous?
zo versiert hij een plek naast mij op een bank aan Mont des Arts

hij draagt een crèmekleurig maatpak
keurige schoenen
een rode pochet in zijn poche de poitrine
Jean, een 94-jarige Brusselaar

hij is een vriend van Jacques Brel geweest
qui n’était pas un voyou d’ailleurs, zette hij zijn vriendschap kracht bij

ken je het standbeeld van ‘t Serclaes op de Grote Markt?
– ooit lanceerde een verkoper op de zondagse vogelmarkt het verhaal
dat wrijven over de rechterarm van ’t Serclaes geluk bracht.
wie het deed zou zeker nog terugkeren naar Brussel
en mocht een wens doen –
ik ben een schieven architekt, ik heb er nog aan meegewerkt
aan de wensen, vraag ik
oui, si tu veux, geeft hij terug

elke derde dinsdag van de maand
heeft Jean met twee antieke kameraden een vergadering op het Koningsplein
na de réunion houdt hij de goede gewoonte aan naar de benedenstad af te dalen
en op de Grote Markt een glas te heffen
j’aime bien les bières nobles, zegt hij
soort zoekt soort, zeg ik

Brussel rolt over onze tongen
une Espagnole des Marolles vendait des caricoles
ken je dit, kwam je daar
ce coin, cette rue, die sculptuur
zie je misschien wat ik zie, jongeling
à regarder à nouveau, zeg ik

we lachen, de tijd verstrijkt
en hij vertrekt, peut-être au revoir mademoiselleke
je vous laisse à vos amours

later die avond in het licht van de volle maan
maak ik op de Grote Markt bij ‘t Serclaes een wens

de volgende de derde dinsdag zit ik op hetzelfde bankje klaar
om nog eens te wachten op iemand
met hoop
met de lichtheid van de mogelijkheid

om een vervolg een kans te geven
waardoor de eerste ontmoeting een begin kan zijn van iets
ik probeer einden te vermijden de laatste tijd

om met hem zijn goede gewoonte aan te houden en samen een edel bier te drinken
om in dat kleine gebaar – le temps d’un tchin tchin – mijn vader te willen zien
een glimps van de 94-jarige Brusselaar die hij had kunnen worden als zijn hart

om hem nog een keer te horen zeggen
je vous laisse à vos amours

oui, si tu veux
de afgelopen maand heb ik iemand een langverlangde kus gegeven

de afgelopen maand is Jean jarig geweest
94 zou 95 worden, had hij mij verteld
ik wilde hem feliciteren
ik blijf een uur en half naar de trappen van Mont des Arts kijken
speur de horizon af naar een rode pochet
fluister peut-être au revoir
je vous laisse à vos amours

♪ Le Grand Jojo – Folle Ambiance

 

 

 

 

Het gewicht van licht

ik ben net geland
in de gouden hand van de aarde

ooit te vroeg geboren
met wakkere ogen
nu op tijd, hier
ouder dan geschat

ik adem mijn longen vol
de lucht die ik daar verzamel
is de lucht waarin we samen leven
onder en boven de hemel

ik ben meegekomen met de wind
een licht gewicht
met smalle vingers
glip erdoor, dank voor je bezoek
smalle takken, straks waai ik weer
naar elders maar ik wortel
de boom die ik wil zijn
groeit terug naar boven

het licht dat wij verzamelen en geven
is het licht waarin we samen leven
onder en boven de hemel

a call for light – Lior Shoov

vuela con el viento – Ayla Schafer

 

Heliocentrisme

het is de eerste ochtend
van de wereld

de schaduw van de aarde ligt op de lucht

was vandaag dan niet de moeite
dat je gisteren al dood ging

ik weet weer wat ik heb
rouw was het tegenovergestelde daarvan
ik heb geleerd te leven zonder
nu wil ik opnieuw leven met
een hele dag vindt plaats en dit beseffen is alles wat ik doe vandaag

afscheid nemen gebeurt zoals een zonsondergang
soms zie ik het toevallig en onvergetelijk
soms zoek ik het moedwillig op
sommige avonden vergeet ik het
of sluit ik mijn ogen, clair obscur
andere avonden volg ik de lichtsnelheid per millimeter
ben ik een zonnebloem, word ik bewogen in al mijn zaden
door de zon die in wezen nooit ondergaat
we zeggen dat wel maar het is niet waar
wij zijn het die draaien met de wind
soms zagen we dezelfde dingen, mama, papa,
en soms zagen we dezelfde dingen anders

afscheid nemen gebeurt
een hele dag vindt plaats
mijn eerste verjaardag zonder jullie
de aarde gaat een beetje onder
draaien rond de zon is alles wat ik doe vandaag

54520088_556210074869925_4272189323492720640_n

♪ N’oubliez Jamais – Joe Cocker

♪ Follow the sun – Xavier Rudd

13151416_10153817418539635_6861342389614889714_n

Magasin du coin

‘bonjour et bonsoir’ zegt hij
terwijl hij de blauwe bakken binnenhaalt
on prépare la journée de demain

we weten verder niets van elkaars dag
en of de avond al begonnen is
enkel dat de laatste zon uit de Rue Vanderstichelen vertrekt
dat ik er graag ben en in gesprek geraak
met een oude man die vertelt dat hij hier nooit komt
dezelfde man die bij het buitengaan met zijn zak olijven ‘à la prochaine’ zwaait
dat hij dus op een dag terugkomt
‘parce que c’est un magasin gentil ici’

que c’est vrai
de commerçanten zeggen dat ze buiten over mijn fiets zullen waken
dat ik op hen kan rekenen
dat ze kleingeld zullen bijpassen mocht ik ooit tekort komen
voor mijn vijf kilo cacahuètes
dat dat veel is
‘we weten ook dat je ze uitdeelt, viens, schep nog een handvol bij’
en elke keer vragen ze wie deze keer de gelukkigen zijn

ze doen me twijfelen, terloops
in de magasin du coin
over mijn voorliefde
voor onuitgesproken woorden
over het genoeg
over bonjour of bonsoir
over wie de gelukkigen zijn

we stapelen blauwe bakken
voorliefdes en à la prochaines op elkaar
‘ce que t’as eu, t’as eu
et ce que t’as eu, tu as pour toujours’
genoegens sur des coins
préparations pour demain


♪ De Dagen – I Giorni – Ludovico Einaudi ugtgm

In de seringen

de seringen komen stilaan in bloei
maar jij bent er niet om het aan te vertellen

om me te zeggen
ik heb het gezien
en aan jou gedacht
aan toen je net geboren was

en dan stiller
aan hoe je vader met een bos seringen uit de tuin – mauve et blanc –
ons voor de eerste keer zag

en dan zou ik willen dat je zou zeggen
je kwam vroeg, het was nipt, maar ik zou je niet willen missen
licht bloempluimpje

het was één van de allereerste aroma’s die je rook
misschien daarom je lievelingsgeur, Lila?

ja

ik wil jou ook niet missen
daarom vertel ik je het je toch, mama
de seringen komen stilaan in bloei
ik heb het gezien en aan jou gedacht
kom jij ook stilaan, na de lange herfst van loslaten, terug?

ja

in de seringen
69696404-aquarell-bouquet-von-flieder-isoliert-auf-weißem-hintergrund-illustration-

The Lilac time – The first song of spring

Sensorgevoelig

Nog vier minuten.
De mensenzee stort de stad in.
Ik trek tegen de stroom in de trappen van het Noordstation op.
Hoe de wind ook waait,
we vloeien samen.
De man die aan de voet van de ingang accordeon speelt, krijgt enkele euro’s in zijn hand gelegd. Hij sluit zijn hand, maakt een zachte vuist, een gebaar van kracht. Deze ochtend oogt vriendelijk. Iemand heeft zonet voor de muziek gezorgd en vooral, voor de mens erachter. Het maakt mij essentieel blij wanneer we elkaar iets meer geven dan ons kleinste kleingeld dat we kunnen missen, dat we niet zullen voelen. Waarom zouden we niet willen voelen? ‘Alle kleine beetjes helpen’
en toch … in één keer een verwarmende koffie of een maaltijd kunnen betalen, dat ís iéts. Iets is soms even alles.

Voor de man met het draaiorgel die door Brussel trekt, vouwde ik dit weekend een briefje van vijf euro. Hij had mij uit mijn raam zien zwaaien, had gelachen en met zijn handen draaiend rond elkaar in de lucht getoond hoe ik het briefje waardering voor zijn wandelingen vouwen kon. Ik liet het waaien. Origamigeld is een mooie gift. We keken samen hoe mijn bijdrage door de lucht reisde. Het gaf ons de tijd om er samen om te lachen. Een euro zou te snel gevallen zijn. We zouden het niet gevoeld hebben. Nu hadden we tijd. Een moment van uitwisseling tussen het verzenden en het ontvangen. Het maakt mij intrinsiek blij wanneer we iets voelen
als we elkaar iets geven.

Tijdens de wintermaanden werd ik steeds gegrepen door zijn vingers die de koude trotseerden. Ook doorheen de donkere dagen speelt de accordeonist ’s ochtends solo aan de trappen van Brussel-Noord. ’s Avonds dan weer zag ik hem samen met kompanen muziek maken aan het Centraal Station. Zijn accordeon krijgt er gezelschap van een contrabas met twee gele en één rode snaar, een gitaar en een cimbalom. Hoe ze ook besnaard zijn, ze vloeien samen. Er is tijd om iets te geven, iets te voelen, iets door de lucht te laten reizen. Ik vouw een glimlach bij de muziek die we van hen krijgen.

Ik reis in de tijd.
Nog drie minuten.
Achter mij in de mensenzee zie ik een meisje met een krant in haar handen. Ze leest geconcentreerd de voorpagina terwijl ze verder wandelt. Haar zo te zien brengt me in contact met het gevoel gegrepen te kunnen zijn door iets. Op de voorpagina prijkt zeer terecht steeds weer een artikel over onze planeet, onze aarde en dus ook òns klimaat. Een gevoel van hoop grijpt mij. De voorbije nachten sliepen verschillende verbonden harten in tenten op het Troonplein tijdens Occupy for Climate. Het gegeven dat er ‘voor’ iets een actie plaatsvindt en al zeker als het de grond die ons draagt betreft, de natuur in ons, de natuur waarin wij zijn, raakt mij. Ik voel me vanochtend door de medemensenzee gegrepen en ik heb het grijpende een hand gegeven. We vloeien samen.

De glazen deur die tot de grote stationshal leidt, is gesloten. Ergens vangt een sensor mijn vorm op. De twee ramen waaruit de deur bestaat, openen zich langzaam. Ze vertrekken vanuit het midden en schuiven elk naar een kant.
Nog twee minuten.
Van zodra ik voldoende centimeters deuropening detecteer, stuw ik de voorband en het stuur van mijn plooifiets vooruit. Te snel. De sensor is in de war door mijn verschijning en de deuren blijven steken. Te veel prikkels. Een prikkel is nochtans een veranderende omstandigheid in de omgeving van de sensor en dat was ik, maar met te veel impulsen en sensorgevoelig.
Nog één minuut.

Ik glip toch gauw door de smalle opening. Meteen ben ik me breekbaar bewust van het feit dat ik als van glas ben, transparant. Dat het meisje dat mij zonder het te weten hoop had gegeven, mij ziet. Ik draai me om, zoek haar. Ik had een beter voorbeeld willen zijn, met respect voor mijn omgeving en diens gevoeligheden. Ik zie haar tussen de geblokkeerde ramen staan. Met haar rechterhand duwt ze rustig de glazen deur verder open. Ze houdt de krant op dat moment in haar linkerhand. Vervolgens wisselt ze van hand, houdt rechts de krant,
duwt de glazen deur open aan de linkerkant.
Wanneer de deur helemaal open staat, wandelt ze er beheersd door. Ook zij kijkt nog eens achterom, glimlacht tevreden om haar werk, knikt, wrijft in haar handen – nog zo’n gebaar van kracht. Ze is transparant, sensorgevoelig en een voorbeeld.

Zij zal de toekomst hoeden.
Wij samen.
We vloeien samen.
De trein vertrekt.
Ik reis in de tijd, door de medemensenzee gegrepen.
Het maakt mij intrinsiek blij wanneer we iets voelen als we elkaar iets geven.

♪ Chante de là où tu es

Moment des Arts

met mijn ogen toe
luister ik naar zijn ademhaling
zwoel zwelt de nachtlucht
en ik denk aan al mijn liefdes in deze stad

met zijn ogen toe
speelt hij met zijn gevoel
bij een adempauze kijkt hij naar de volle maan – naar meer
kijkt dan vanop de berg naar de kunst achter zijn rug: Brussel
dan naar de oprijzende moerasoevers voor zich
trappen waar passanten arm in arm, hand in hand, hand in haar
op Mont des Arts op dat moment – een hoogtepunt
hun blik nog even laten zweven over de benedenstad

een zilveren gloed vloeit over het gouden midden van het panorama
van koper is de soundtrack die hij met zijn ademtochten speelt
voor vele levens vanavond
of we nu klimmen of dalen

ik ben de avond daarop rond hetzelfde tijdstip teruggegaan
om hem meer te geven
dan de munten die ik de avond voordien in mijn portefeuille vond
we herkenden elkaar
‘je suis revenue pour vous remercier’
‘merci’
we glimlachten magnetisch
een jongeman danste naar ons toe
hij bonsde met zijn rechterhand op zijn hart, mouvement du respect
en legde tien euro in de instrumentenkoffer, geste doré
wij drie met onze handen op onze harten op de trappen waar passanten arm in arm
genoten van dat moment des arts onder de volle maan

van zijn mond gleed naar zijn hals een tedere trilling – zo ontstaat het geluid van saxofoon
de muzikant blies sterren de stad in
ze stijgen verder naar het bovenmaanse

ik heb het hem gevraagd en zijn naam en waar en wat hij het liefst en hij zei
‘op deze helling
met de lucht tussen ons
als ik ze tussen mijn lippen pers
kan ik mijn onderdak betalen’

in Brussel
zwelt zwoel de nachtlucht vol sax

B9716962022Z.1_20180918120257_000+GKSC2AMO8.1-0
(bron foto)

♪ Sax

Wij blijven leven

mijn papa is overleven
zei ik toen ik voor de eerste keer die zin
probeerde uit te spreken
aan de telefoon
tegen de eerste persoon
aan wie ik het zou zeggen

ik had gehoopt
je levend terug te vinden

– wilde ganzen vlogen over, trokken naar het zuiden – 

ik wou dat ik je had kunnen verwarmen
met liefde voor je ging

elke theekop die we ontheemden tijdens het legen van je huis
wilde ik het liefst in jouw handen leggen
opdat jij ze zou aannemen, op de juiste plaats zou terugzetten,
wij zouden blijven leven

nu leef je verder
in mij
ik zag je er vanochtend nog
je kop thee maken
er een speculaasje in soppen
overleven

Tea for two – Doris Day
Thank you very much – Leah Song
“I want to honor all the lessons of my father
for my life and longer, together we are stronger.”

46624219_203142223921873_868348245863038976_n

Het is mooier dan dat

de dood is groot
het zwarte gat dat ik zie wanneer ik je zoek

toch
niemand is ooit minder geworden van sterven
zwarte gaten brengen werelden voort

“je mama is aan haar laatste dagen begonnen
als ze wil sterven
dan helpen we haar daarbij
het is genadig”

genadiger had geweest een overlevingskans
dat was wat ze wilde

“je mama is gestorven”

maar ze is veel meer dan dat
het is mooier dan dat

het eerste dier dat ik zag na je dood was een libel, mama
net als bij papa
toeval?
meer dan dat
alle libellen sterven in de herfst

waar ik je nu voel, jouw nabijheid ervaar
is in liefde van het leven

altijdgroene bomen
zon, juist dan
een dier dat me troost
een glimlach van een medemens die lijkt te weten
het is mooier dan dat

20151225_160712

 We are all related – Nessi Gomes
♪ Thank you very much – Leah Song
“I want to sing all the songs taught by my mother.
Be strong but still be subtle let your life call out your rumble.”

De intentie telt

elke dag naar mama bellen
had ik maanden geleden op een lijstje geschreven
er stonden nog zaken op
waar ik me niet aan heb kunnen houden

lijstjes,
intenties
geconcentreerde verlangens
hartzaken die helder aan de oppervlakte opdagen

maar soms belde ik niet

soms belde ik niet omdat ik niet wist wat zeggen
soms belde ik niet omdat ik je de dag daarvoor al had gebeld
of omdat ik je de dag daarvoor al had gebeld en je eerder snel had afgelegd
misschien paste het niet, was je zwijgzaam
had je pijn
soms belde ik niet omdat ik die dag al zoveel had gepraat met anderen
dan schaamde ik me ’s avonds dat ik wel met hen praatte en niet met jou
soms belde ik niet omdat ik had gebeld en je niet opnam
soms belde ik niet omdat ik had gebeld en je had gezegd dat je zou terugbellen maar deed dat niet
– ik ook niet
soms belde ik niet omdat jij niet wist wat zeggen
soms belden wij niet omdat wij niet wisten wat zeggen

soms belden we wel en wisten we niet wat zeggen
soms belden we wel en zeiden wat we niet wisten

soms belde ik niet omdat ik stil een wens maakte:
dat de pijn zou zwijgen
en ik jou leven kon geven zoals jij ooit mij

ik besluit een nieuw lijstje te maken
ik noteer: elke dag geloven dat mama kan helen
en zet er in eenzelfde adem een vinkje achter

Screenshot_1
♪ Circle of women
May all Mothers know that they are loved
And may all daughters know that they are worthy